Faalangst onder kinderen

Tegenwoordig is het geen geheim meer dat kinderen moeten presteren. Vroeger zag je dat kinderen sterk waren op één bepaald vlak, zoals sport, school of iets anders, en hierin konden uitblinken. Kinderen moeten nu op alle vlakken uitblinken. Stellen ‘de maatschappij’ en de ouders te hogen eisen aan kinderen, komt het door het effect van Social Media of speelt er iets anders?

Het lijkt hierdoor wel of er steeds meer leerlingen in de klassen lijden aan faalangst. Bang om af te gaan, bang dat zij niet de beste zijn en misschien ook wel bang om andere teleur te stellen.

Helaas is het lastig om te kijken naar de oorzaken en die op te lossen. Daarnaast is het belangrijk om te weten of het gaat om aandacht of daadwerkelijk faalangst. Een leerling met faalangst kan oprecht heel ongelukkig zijn. Wil jij weten wat jij er als leerkracht aan kan doen?

Onze coaches, die veel ervaring hebben in het onderwijs, hebben het antwoord!

In eerste instantie is het belangrijk om te kijken of de leerling een tekort aan aandacht heeft. Als hier onderscheid in is gemaakt, moet je de leerlingen met een tekort aan dacht alleen aandacht geven op andere, positieve punten. Als je dit consequent doet en de aanstellerij van de leerling afbouwt en verder negeert, dan zul je zien dat de zogenaamde faalangst verdwijnt.

Leerlingen die geen aandacht vragen, maar echt faalangst ervaren kun je op de volgende manier helpen:

  • De leerling moet zich bewust worden van het moment waarop de faalangst toeslaat. Je moet de leerling aanleren om op dat moment een teken te geven. Dan kan bijvoorbeeld door iets op tafel te zetten. Dan weet jij dat je iets moet doen: vragen stellen en doorvragen.
  • Vervolgens moet je de eerste vraag stellen aan de leerling. Niet hardop in de klas, maar altijd onder vier ogen en steeds weer opnieuw zodra de leerling het teken van faalangst geeft. De eerste vraag is: “Wat is het allerergste dat kan gebeuren als je nu faalt?” De leerling mag daar best even over nadenken. Maar er moet uiteindelijk een (mondeling!) antwoord gegeven worden. Er mogen ook meerdere antwoorden gegeven worden. Als leraar ga je vervolgens doorvragen. “Waarom is dat zo erg?” “Kun je nog iets ergers bedenken?” “En wat gebeurt er als er nog iets ergers gebeurt?” “En wat gebeurt er dan met jou?” “En dan?” “En wat gebeurt er dan?” “En waarom is dat erg?” Enzovoort. Door eindeloos door te vragen relativeer je de angst, maar neem je de leerling ook serieus.
  • Zodra de leerling zelf die denkstappen maakt en daardoor zelf leert te relativeren, zal de faalangst afnemen. De angst voor de angst is namelijk altijd groter dan de angst zelf en de enige manier om daar doorheen te breken is door de angst hardop te benoemen.

Meer vragen over hoe jij leerlingen kan helpen met faalangst? Laat het onze coaches weten!